Gastcolumn: Ineke Vervorst-van Loon

"Zonder Vlijt & Volharding zou ons leven er heel anders hebben uitgezien."


In de serie gastcolumns komen (oud-)leden aan het woord die een grote rol hebben gespeeld (of nog steeds spelen) voor de vereniging, en de vereniging op haar beurt in hun leven. Zij halen herinneringen op, delen een memorabele anekdote of brengen op andere wijze een ode aan V&V. In de tweede gastcolumn is Ineke Vervorst-van Loon aan het woord, zelf oud-lid, vrouw van erelid John Vervorst én moeder van huidige dirigent Albert-John Vervorst.

"Alles veranderde bij ons nadat Vlijt in ons leven kwam – of liever gezegd – wij in het leven van Vlijt. Het begon heel onschuldig op 2e kerstdag 1981 toen Liesbeth Blom – destijds nog Liesbeth de Ridder – onze Famke, die net als vriendin Jessica Jobse bij de fanfare wilde, een bugel kwam brengen. 'Want', zei ze, 'als iemand zoiets wil moet je daar meteen op reageren en niet nog een week wachten.' Famke stortte zich op het muziek maken en in de zomer van 1983 mocht ze naar zo'n beroemd kampeerweekend, waar wij als ouders ook mochten komen barbecueën.


"Daar werden we spontaan ook lid want John had al eens langs het voetbalveld in Nieuwland – waarop onze Jan bezig was met winnen – Lambert Prevoo ontmoet en van hem had gehoord dat je ook wel saxofoon kon spelen als je al een klarinet had vast gehad. Ik wilde al sinds ik vier jaar was weten hoe je met drie ventielen zoveel noten kunt spelen dus na die zomer van 1983 ging het allemaal heel vlug. De sopraansax ging naar John, die op les ging bij Jaap van Rooijen en voor mij was er nog wel een bejaarde bariton. Onze Jan kreeg een bugel en zo togen hij, Albert-John (die toen drie jaar was en al wist dat hij drummer wilde worden) en ik naar les op de zolder bij Hendrik de Böck, die ons in zes maanden tijd jeugdkorpsrijp wist te maken en Albert-John enthousiast hield door hem aan het eind van de les op een trommel te laten timmeren. Waarna John en ik in afwachting van de muziekschool ook nog een poos bij Tonny Bouwense op les kwamen om daar heel veel te leren en van instrument te veranderen. John kreeg de baritonsaxofoon en ik later een splinternieuwe euphonium, maar toen speelden we al in de fanfare."

"En zo is het gekomen: we veranderden van een gewoon huisgezin in een familie die muziek maakte. Er moest gestudeerd worden, heel veel en hard. Dat de buren dat niet leuk vonden zorgde ervoor dat we moesten gaan verhuizen naar een huis met garages aan weerskanten zodat niemand last van ons zou hebben. Al bleek er later niet zoveel bestand tegen het overweldigende enthousiasme van onze slagwerkende jongste. Die verhuizing werd overigens ook door de club verzorgd met het busje, dat het soms niet deed (maar dat is weer een ander verhaal), hoewel ook dat tekenend is voor de invloed van Vlijt op ons leven."


"Daarna volgde nog van alles: lessen, examens, repetities, concerten, concoursen, solistenconcoursen, drie topconcoursen, wisseling van dirigenten, kampeerweekeinden, sinterklaasintochten, het examen van Albert-John in Tilburg en vooral veel, heel veel napraten na al deze gebeurtenissen waarna we dan altijd in het nachtelijk uur de vloer van de kantine dweilden voor we naar huis gingen. Want er was een aparte kantine nadat we in 1986 waren verhuisd naar ons nieuwe gebouw, De Blazer. Die hadden we niet in ons andere gebouwtje, dat zo veel te klein was dat je moest kunnen vliegen om op je plek te komen als je een beetje laat op de repetitie kwam. Albert-John haalde destijds nog de krant omdat hij bij de officiële opening van De Blazer in 1987 de wethouder bloemen mocht geven."


"Het was trouwens Truus Wight die hem, Frans Beekman en Peter Brouwer als eerste blokfluitleerlingen wegwijs maakte in de muziek. Ze wilde niet wachten tot hun voortanden waren gewisseld zoals voor die tijd gebruikelijk was en dat pakte goed uit, bleek later.

Zo maakten we muziek en deelden lief en leed van de vereniging met hier en daar een hand- en spandienst als het zo uitkwam, zoals bij de boekenmarkten. John kwam in het bestuur, speelde een keertje voor Sinterklaas, gaf saxofoonles en maakte zich sterk voor uitwisselingen met de harmonie van Bondues. Vlijt en ons gezin vergroeiden met elkaar door de jaren heen. De Blazer werd een soort tweede thuis en de leden waren erbij toen we daar belangrijke verjaardagen en ons zilveren huwelijksfeest vierden."

"We maken nog steeds muziek, John en ik, met heel veel plezier, ook al raken we een beetje bejaard. En we luisteren nog steeds ook graag naar Vlijt en Volharding (soms met oordopjes vanwege de oude oren) en dan vragen we ons nog vaak af hoe ons leven geweest zou zijn zonder deze vereniging. Een stuk minder leuk, denk ik zo. Vlijt, dankjewel voor al die prachtige jaren en voor wat je ons hebt gebracht. Van harte gefeliciteerd met het honderdjarig bestaan. Ga zo nog maar heel wat eeuwen door!"